Gedragspecialist en leerkracht Thea na gebruik van de
LoTi beloningskaarten bij twee kinderen uit haar klas: 

Mariëlle, complimenten, ik heb geen verbeteringen en wens je veel, veel succes met het ontwikkelingen van deze materialen. Ze zijn eenvoudig en duidelijk in gebruik, weinig uitleg nodig kinderen zijn echt  enthousiast en gemotiveerd! Ze gáán voor de kaart…
Stevig materiaal, kraslaagje blijft prima zitten. Vrolijke kleuren, leuke plaatjes met bemoedigende teksten. De kaart zelf ís al een beloning, een extra cadeautje voor een volle kaart is nauwelijks nodig (hebben wij nog niet gedaan). Breed inzetbaar, omdat het niet aan een vak of vaardigheid gekoppeld is. Formaat is goed, hanteerbaar. Omschrijving op achterkant ook niets aan toe te voegen.

Voor de groepen 5, 6 is deze BS: Basisschoolkaart goed te gebruiken (groep 6 afhankelijk van hoe een kind het vindt om met beloningssysteem te werken, misschien kinderachtig….) voor groep 4 twijfel ik, zie volgende opmerking. Naar aanleiding van deze tip heb ik twee Tiener beloningskraskaarten ontwikkeld.

Voor de groepen 1, 2, 3 evt. zonder teksten erop, zij kunnen niet goed lezen, maar is op zich niet erg, je kan ook vertellen wat erop staat. Naar aanleiding van deze tip heb ik twee Peuter/Kleuter beloningskraskaarten ontwikkeld.

Voor groepen 1, 2, 3 ,4 lijkt het mij dat je liever 3 of 4 keer op een dag een moment prikt waarop een beloning verdiend kan worden, zodat het actueel blijft, maar dan is het wel zo dat de kaart snel vol is. Het hangt natuurlijk van het leerpunt af.  Meisje uit groep 5 kon op één moment van de dag (alleen bij rekenen) een plaatje verdienen en jongen uit groep 5 moet een HELE dag goed mee doen om één plaatje te verdienen…. voor deze leeftijd kan dat wel….

Er zijn kinderen die bijv. moeten leren hun vinger op te steken, dit kan wel op 10 momenten van de dag!!! Misschien een kraskaart ontwerpen met 20 plaatjes? Die kan je dan meerdere keren per dag inzetten.  Maar dat is persoonlijk. Naar aanleiding van deze tip heb ik een beloningskaart met 20 vakjes ontwikkeld.

Onderzoek naar belonen door Amsterdamse hoogleraar sociale psychologie Joop van der Pligt 
Deed op verzoek van het ministerie van Justitie onderzoek naar de psychologie achter het Belonen.

Wat werkt beter: belonen of straffen? ‘Belonen, als je wilt dat mensen structureel hun gedrag veranderen. Let wel: straffen werkt op zich ook. Het heeft onmiddellijk effect, ten minste als de sanctie snel op de overtreding volgt. Maar je verandert er niets mee. De enige manier om te zorgen dat mensen niet opnieuw in de fout gaan, is te zorgen dat de pakkans groot blijft.’

Belonen leidt tot een blijvende verandering van gedrag? ‘Ja. Mensen passen zich aan als ze leren dat ander gedrag positief effect heeft. Op den duur zal het nieuwe gedrag een gewoonte worden. Dan gaat het vanzelf.

In Manchester was het verzuim op middelbare scholen in achterstandswijken heel hoog. Dat bestreed men tevergeefs met straffen. Toen besloot men dat leerlingen door hun aanwezigheid punten konden verzamelen voor een laptop en sollicitatietrainingen. Dat hielp en het had blijvend effect.’

Rond je twaalfde ga je anders leren
Belonen werkt bij kleine kinderen beter dan straffen. Dat wisten we al langer, maar de Leidse psycholoog Eveline Crone laat nu zien hoe dat in de hersenen werkt. Bij negatieve feedback reageert het brein van een achtjarige nauwelijks, maar bij positieve feedback is er wel veel activiteit. Bij pubers en volwassenen is het precies andersom.

Kinderen van acht hebben een radicaal andere leerstrategie dan kinderen van twaalf en volwassenen. Achtjarigen leren vooral van positieve feedback (“prima gedaan”). Maar bij negatieve feedback (“jammer, mis”) gaan er nog nauwelijks alarmbellen rinkelen. Twaalfjarigen verwerken negatieve feedback juist heel goed, en gebruiken die om te leren van hun fouten. Zo doen volwassen het ook, alleen dan nog een stuk efficiënter.

Tips
Ongewenst of nog niet aangeleerd gedrag.

Bij ongewenst, of nog niet aangeleerd gedrag zijn we soms geneigd boos te worden. We verwachten vaak dat ons kind dingen al kan of weet omdat wij het zo logisch vinden. Jonge kinderen zijn aan het ontdekken en uitproberen, niet om het de ouder moeilijk te maken maar omdat dat bij hun ontwikkeling en groei hoort. U kunt uw kind hier bij helpen door positief te blijven. In plaats van benoemen wat hij niet goed doet, uw kind te belonen voor de dingen die wel gelukt zijn. Dit is uiteindelijk veel beter voor het zelfvertrouwen van uw kind.

Duidelijkheid

Kinderen hebben een duidelijke structuur nodig.  Maak samen de afspraak waar je aan gaat werken, probeer zo duidelijk mogelijk te zijn in datgene wat je van je kind verwacht. Zorg dat het haalbaar is, (vraag dat ook aan uw kind) en stel niet te hoge eisen. Beter in twee stappen dan dat het te moeilijk is. Vertel wat hij of zij wel mag en wat niet. Maak eventueel een lijstje met twee of drie belangrijkste regels en afspraken. Vraag aan uw kind of hij nog vragen heeft. Geef uw kind vooral het gevoel dat het uiteindelijk gaat lukken, maar dat het niet erg is als het nog niet iedere keer zal lukken.

Haalbaarheid

Vertoont uw kind een keer het ongewenste gedrag, of lukt het een keer niet. Probeer hier niet te veel (negatieve) aandacht aan te schenken. Niemand is perfect. Soms zijn onze verwachtingen te hoog zonder dat we het zelf door hebben. Ga ook niet dreigen dat als hij zo door gaat, hij zijn beloning nóóit krijgt. Mocht het meerdere keren niet lukken, bespreek dan met uw kind wat hij nog nodig heeft dat het wel zal gaan lukken, was de opdracht misschien te moeilijk, moet er een tussenstap komen. Durfde hij nog niet meteen op de wc, maar was het beter eerst aan het plassen op het potje te werken en daarna aan het plassen op de wc. Was zijn hele kamer opruimen een te grote klus, dat hij niet wist waar hij moest beginnen en daarom blokkeerde met als resultaat dat hij niets had gedaan? Begin dan met zijn bureau. Of met de kleding die in de wasmand moet.

Bij bepaald gedrag is het goed toch even terug komen op het ongewenste gedrag, doe dit dan zodra het kind rustig is en u rustig ben. Dan heeft u zijn/haar aandacht. Niet in het heetst van de strijd. Laat uw kind vertellen, soms komen er verrassende redenen die best te begrijpen zijn. Probeer uw kind een oplossing te laten geven of samen tot een oplossing te komen. Dan is het later niet dat het van u moest, maar is het een gezamenlijke afspraak.